Paprikarassen, daar hoor je nooit iemand over. Culigeneuzel over fruitrassen is alomtegenwoordig maar lyrische verhandelingen over de beste groentenrassen zijn helaas zeldzamer. Daarom hier mijn pleidooi voor de Nederlandse paprika's, want die zijn prima! Vooral de puntpaprika's, het vruchtvlees is dunner dan dat van de vierkante exemplaren maar de smaak is veel intenser en zoeter.
De ene puntpaprika is echter de andere niet, ik proefde vandaag de Ramiro en de Palermo puntpaprika's naast elkaar. De onbetwiste winnaar was de Palermo, donkerrood, dun vruchtvlees met een hele diepe en zoete smaak.
Een paar weken geleden kookte ik een maaltijd voor ruim 30 van mijn collega's. Viel me mee, ik had nog nooit voor zoveel mensen tegelijk gekookt maar met wat helpers was het prima te doen. Sterker, ik heb me kostelijk geamuseerd. Ik maakte onder andere een grote pan met boeuf bourguignon en die pakte bizar lekker uit. Het basisrecept kennen we allemaal, gerookt spek bakken, stoofvlees bruinen, ui en selderij fruiten. Wat champignons misschien. Wijn, zout peper, laurier tijm erbij en stoven maar. Later nog wat sjalotjes erdoor is ook lekker. Maar, deze boeuf was misschien wel de smakelijkste die ik ooit maakte. Heel diepe en krachtige smaak. Hoe kan dat? Ik had een professioneel fornuis met enorme branders en 10 liter braadpan tot mijn beschikking. Het vlees heb ik, in een aantal porties, gedurende ruim een uur op de hoogste stand van de grootste brander aangebakken. Ruim een kilo gerookt spek en vijf kilo in grove stukken gesneden sucadelap. Na dat uur was de bodem van de pan bedekt met een dikke bruine korst. Aroma! Bij het fruiten van de uien en selderij en na toevoegen van de wijn loste deze korst weer op en ik denk dat daar de intense smaak vandaan kwam. We weten allemaal dat bij het bruinen van vlees Maillard reacties optreden die smaak en aroma stoffen genereren. Voor een goed verloop van deze reactie moet de temperatuur hoog zijn. Lang verhitten geeft natuurlijk ook meer smakelijke reactieproducten. Ik denk dus dat je wanneer je kleine hoeveelheden vlees aanbakt voor huis- tuin- en keukengebruik je niet lang en hard genoeg verhit om grote hoeveelheden bruine Maillardheerlijkheden te genereren.
Keihard aan- en doorbraden dus dat vlees, vanaf nu doe ik alles op de wokbrander.
Buikspek, het goedkoopste, sappigste en misschien wel smakelijkste stukje varken. Een meesterwerk was de speklap van 2.5 kilo die ik deze week op mijn BBQ gaarde. Hier het recept: Ik had een stuk Livar varkensbuik van ongeveer 2.5 kilo. Om er smaak in te krijgen heb ik het vlees de dag vantevoren met een dry rub ingewreven. Belangrijk is hierbij de hoeveelheid zout, ik gebruik tussen de 16 en 20 gram per kilo. Wel even afwegen want je kunt pas proeven als het vlees al gaar is. Per kilo vlees, 18 gram zout, een eetlepel komijnzaad, een eetlepel korianderzaad, een eetlepel zwarte peperkorrels, een eetlepel suiker, twee laurierbladen en een takje tijm. Dit mengsel maalde ik fijn in de elektrieke koffiemolen die ik speciaal voor dit soort werk aangeschaft heb. Het vlees goed inwrijven met het kruidenmengsel en minstens 24 uur in de koelkast laten liggen. Een dry rub is perfect voor vette stukken vlees, de smaak trekt er geweldig goed in. Magere stukken vlees hebben naar mijn mening meer baat bij pekelen, dat zorgt voor sappigheid wat niet nodig is bij buikspek.
De volgende dag de Weber opgestookt en het vlees met gesloten deksel 4 uur laten garen. Oppassen dat het niet te heet wordt, dan de zuurstoftoevoer wat verminderen. Het mooie van varkensbuik is dat het eigenlijk niet mis kan gaan, je kunt uren garen tot een binnentemperauur waarbij een mager stuk vlees volkomen droog en verpest is. Door het hoge vetgehalte blijft de buik supersappig en wordt extreem mals. Ook prettig is dat het varkensvet, dat uitbundig uit het vlees lekt, het vuur aan de gang houdt. Je hoeft geen nieuw houtskool op de BBQ te mikken. Wel het deksel dichthouden want het vlees verkolen in een vuurzee is ook weer niet de bedoeling. Ik gebruik bij voorkeur aluminium wegwerptrays voor onder het vlees. Er zitten gaatjes in waardoor de hoeveelheid vet en vocht die op de kolen lekt beperkt wordt. Bovendien houdt het je grilrooster schoon.
Ik gaarde deze varkensbuik op mijn Smokey Joe, een pathetisch klein Webertje. De grotere rookoven had ik ook kunnen gebruiken maar die wordt minder heet en ik wilde flink wat vet wegsmelten. Op de verlanglijst staat dus een grote Weber maar ik kijk likkebaardend naar de "big Green Egg" een schofterig dure keramische BBQ. Wel mooi maar of het ding zijn prijs waard is betwijfel ik ten zeerste.
Kookprogramma's zijn geen nieuw verschijnsel. In de jaren 20-30 was P.J. Kers de man in het Nederlandse culinaire landschap, hij had een goed beluisterd programma bij de AVRO radio en werd later weggekocht door de VARA. Misschien wel de eerste kookpersonality van Nederland? Werumeus Buning is ook een kandidaat voor deze titel maar was misschien wat te intellectueel, hij had geen radioprogramma en verdiende de kost als dichter en (culinair) journalist. Recent kocht ik de twee fraaie AVRO kookboeken die Kers eind jaren 20 uitbracht. Terecht bereikten deze boekjes vele herdrukken en grote oplagen. Mooi uitgegeven, fraaie illustraties en goede receptuur. Het zijn een soort basiskookboekjes maar gebaseerd op de wat luxere klassieke keuken. Vol komische AVRO propaganda ook, er staan recepten in voor AVRO Schnitz, AVRO soep en AVRO pudding.
Het proza van deze boekjes doet me wel verlangen naar die tijd, ik krijg visioenen van mijzelf, mijmerend in mijn studeerkamer, waarin ik 's avonds maar even hoef te schellen opdat de vrouw, of beter nog, de meid, aan komt snellen met een AVRO schnitz.
Ook zo moe van al die kookprogramma's op de treurbuis? Den Blijker die met zijn vette poten een kostelijk stukje voedsel uiteenrukt en smakkend naar binnen werkt. Nigella met haar tieten in een chocoladepudding. Het gebalk van Gordon. Het geslis van Sjemie. Seizoensproducten, vers en lokaal, ieder jaar weer opnieuw.
Maar er is hoop, de BBC zendt nu het tweede seizoen uit van de briljante serie "the Supersizers". In dit programma herleven voedselrecencent Giles Coren en comedienne Sue Perkins het voedsel van verschillende perioden uit onze geschiedenis. Deze week stonden de tachtiger jaren centraal, het hoogtepunt was wat mij betreft de "nouvelle cuisine" maaltijd waarbij Gilles Coren een compleet bord met exquise bouwseltjes in een niet eens zo grote klap naar binnen werkte. De titel van deze serie is natuurlijk geinspireerd op de documentaire "Super Size Me" van Morgan Spurlock. Er wordt dan ook een halfslachtige poging gedaan de invloed van het dieet uit verschillende periodes op de gezondheid te meten.
Alles wordt gebracht met veel humor en liefde voor eten maar zonder het extatische voedselfanatisme waar ik niet zo goed meer tegen kan.
Dit weekend was ik in Engeland en at daar deze groentenchips van het TESCO supermarkt huismerk. Gemaakt van wortels, bieten, zoete aardappels en pastinaak. Ik vond ze erg lekker, beetje gezouten maar ook zoetig en aromatisch.
De verpakking is strak modern maar verrijkt met fraaie stilleven achtige foto's van groenten en chips die duidelijk verwijzen naar de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. De chips blijken dan ook uit Nederland te komen. De aanprijzing is heel curieus: "made in the heart of the vegetable growing region of the Netherlands". Waar dat dan wel is zou ik niet weten, en ik geloof ook niet dat hier zoete aardappelen geteeld worden. Maar, er staat hier blijkbaar een fabriek waar lekkere groentenchips worden gemaakt die in Engeland overal te krijgen zijn maar die ik hier nog niet gezien heb. Wie weet of en waar ze te koop zijn?
Nu is het tijd voor de lekkerste en mooiste delicatesse die je gratis en voor niets uit de Nederlandse natuur kunt rukken. Zeekraal! Heerlijk wanneer je ze heel kort met wat knoflook aanbakt in olijfolie. Een van mijn favoriete groenten, een knapperige en zilte sensatie.
Zeekraal groeit op zandgrond die regelmatig door de zee wordt overspoeld, in Zeeland en aan de waddenkust vind je het op veel plekken. Even goed zoeken bij kleine geultjes door gras en duingebieden. De plantjes komen nu net op en lijken op kleine cactusjes die fier in het zand overeind staan. Later in het jaar worden de steeltjes wat houteriger en is de zeekraal stukken minder lekker. Ik was op het voormalige eiland Wieringen en plukte daar in een paar minuten een maaltje zeekraal bijelkaar.
Tot mijn verbazing mag zeekraal verzamelen gewoon, er is veel verboden in Nederland, maar zeekraal staat niet op de lijst van beschermde plantensoorten.
De afgelopen week waren we kamperen op de Kaiserstuhl in Zuid-Duitsland. Een prima vakantiebestemming; je eet er beter dan in Nederland, de schnitzels, "gutburgerlichen Kuche" en rustieke houtsnijwerken zijn een feest zolang je er geen weken verblijft. Kindvriendelijk ook, toch zie je er voornamelijk bejaarden. Misschien omdat ik inmiddels op een leeftijd gekomen ben dat ik bejaardenbestemmingen uitzoek?
De Kaiserstuhl is een vulkaanoprisping in de Rijnvallei, vlakbij de Franse grens. Het heetste stuk Duitsland, de wijn uit dit gebiedje is zeker zo goed als die van de Elzasser buren maar vreemd genoeg veel minder bekend.
Maar goed, de alomtegenwoordige boerderijwinkels en (super) markten lagen vol met deze rode knollen. Geen idee wat het waren, aan het loof te zien in ieder geval geen wortels. Ik spreek redelijk Duits maar het taaltje dat die Zuid-Duitsers uitslaan is voor mij nauwelijks te volgen en ik durfde dan ook niet goed te vragen wat het dan wel was. Godzijdank zag ik een bordje met de verklaring, rettich! Ik kende natuurlijk onze witte vorm en had zelfs van de zwarte rammenas gehoord maar dit was nieuw voor me. Heel specifiek voor deze streek ook, nadat ik een bosje aanschafte in een boerderijwinkel kon een van de inboorlingen me met handen en voeten uitleggen dat ze in het nabijgelegen Beieren alleen de witte rettich eten. De smaak is wat scherper dan de witte vorm, wel eerst de mooie rode schil verwijderen voor consumptie.
Is het in feite een enorme radijs? Schijnt niet zo te zijn, radijs is een stengelknol terwijl rettich een wortelknol is.
Later meer op Worstlog! over zwaar gerookte Schwartzwalder bloedworst.
In mijn continue zoektocht naar de ultieme kip uit de oven heb ik mijn procedure verbeterd, daarom vandaag een update. Misschien heeft u er wat aan.
Een perfecte kip uit de oven heeft een knapperige korst maar is wel sappig van binnen. Door de kip eerst te pekelen wordt het vlees malser en sappiger, de smaken trekken beter door het kippenvlees en bovendien kun je een hele kip garen zonder dat er stukken droog worden. Pekelen dus die kippen, het recept vindt u hier. Maar, het knapperige korstje van een aan het spit geroosterde kip is in een gewone oven zonder draaispit lastig na te bootsen. Het deel van de kip dat op de bodem van de ovenschaal of braadslede rust blijft toch wat zompig. Daarom bedacht ik het volgende, ik zette een ovenrooster dwars op een grote braadslede en legde de kip daar op. De kip hangt dan dus een stuk boven de bodem, hierdoor kan de hete lucht rondom circuleren en wordt het beest prachtig bruin en krokant. Ik stoomde ook nog wat aardappels, wortels en andere knollen halfgaar en legde die onder de kip. Het braadvocht uit de kip druipt op de groenten en zorgt er voor dat die ook krokant en smakelijk worden. Superlekker allemaal, ik had alleen nog tijd om de overblijfselen van deze installatie te fotograferen.
Kanker, het heeft weinig voordelen. Als ik dan toch een positief aspect moet noemen is het dat je jezelf goed leert kennen. Heel letterlijk, ik onderga regelmatig scans en endoscopie onderzoeken om uitbraken van onwelkome woekeringen in een vroeg stadium op te sporen. Mijn darmkanaal zag u al eerder op dit weblog en ook zette ik al een MRI scan van mijn torso online. Kennelijk heb ik exhibitionistische neigingen maar ik hoop ook dat ik lotgenoten gerust kan stellen met mijn ervaringen, uitgezaaide darmkanker valt best te overleven. De techniek staat echter niet stil, er zijn steeds betere methoden beschikbaar om afwijkingen van de darm in een heel vroeg stadium op te sporen.
Patienten met het type erfelijke kanker (HNPCC) dat ik heb kregen vroeger relatief meer maagkanker dan tegenwoordig. Darmkanker komt nu meer voor. Waarom? Volstrekt onduidelijk, voeding of minder infectie met de bacterie Helicobacter pylori? Wisten we het maar.
In ieder geval leek het me verstandig om tijdens mijn tweejaarlijkse screening me anaal en oraal te laten endoscoperen. Daar kreeg ik snel spijt van. De coloscopie is prima te doen, ook zonder verdoving. Heel interessant ook. De maagscopie is een ander verhaal, een kwartier lang wanhopig proberen een endoscoop uit te kotsen.
Maar goed, dan nu de beelden. We beginnen ditmaal bij de slokdarm, u kijkt hier recht naar beneden op de maagingang. Beetje rode verkleuring, de geoefende gastroenteroloog ziet hier het effect van wat oprispend maagzuur.
Hier zien we het binnenste van de maag, onderin de ingang van de twaalf vingerige darm, het duodenum.
Op deze wat rommelige foto de nieuwe aansluiting van de dunne op de dikke darm.
En omdat het zo'n pregnante opname is, hier ziet u mijn anus, die door de endoscoop wordt gepenetreerd, van binnenuit.
Door licht van een beperkte golflengte te gebruiken krijg je een veel gedetailleerder beeld van het binnenste van de darm. Deze "narrow band imaging" kan helpen om afwijkingen die met normaal licht moeilijk te zien zijn op te sporen. Fraai zijn hier de bloedvaten die over mijn dikke darm lopen in beeld gebracht.
Het meest spectaculaire onderzoek was echter de endo microscopie. Hierbij kreeg ik mijn darmcellen in onwaarschijnlijk detail te zien. Eerst werd er contrastvloeistof geinjecteerd waardoor de cellen goed zichtbaar worden. Deze stof had overigens als interessant na effect dat ik extreem groen en fluorescerend ging urineren omdat het lichaam het spul er weer snel uit werkt. Heel mooi is het verschil te zien tussen de dunne en de dikke darm. Het precieze verschil ga ik hier niet uitleggen maar met deze techniek kunt u mijn individuele darmcellen in beeld zien. Ontspoorde kankercellen kunnen dan dus ook eerder ontdekt worden maar of deze techniek nu echt kan bijdragen om darmkanker in een vroeger stadium op te sporen moet nog blijken.
In juni 2005 werd er bij mij darmkanker gevonden, de tumor was ook al uitgezaaid naar de lever. Dat was niet fijn..., maar ik heb geluk gehad. Na een darmoperatie, chemotherapie, een leveroperatie en weer chemotherapie ben ik nu kankervrij.
Tijdens de chemokuren ben ik een beetje obsessief geworden wat betreft voedsel. In deze blog beschrijf ik daarom mijn culinaire avonturen. Als (ex)kankerpatient geniet ik namelijk volop van de goede dingen des levens en hoop dan ook dat ik andere mensen in mijn positie kan inspireren hetzelfde te doen.
Je kunt me emailen op: bilirubinbiliverdin(at)hotmail.com